Inleiding: Partij kiezen voor een stad op mensenmaat

Inleiding

Partij kiezen voor een stad op mensenmaat

De stad heroveren

Sinds jaren ontwikkelt de PVDA een visie op de stad Brussel die sterk verschilt van die van de PS-MR-meerderheid. Wij zien voor de stad Brussel een toekomst die vertrekt van de noden van de meerderheid van de bevolking. Wij rekenen op de creativiteit van de Brusselaars, hun nieuwsgierigheid, en hun talent om samen de stad te ontwikkelen. Wij zetten in op de solidariteit tussen de bewoners, maar ook tussen de gemeenten van het Brussels Gewest.

De stad kan niet alles, maar ze kan veel om het dagelijks leven van de inwoners te verbeteren.

De stad Brussel heeft binnen het Brusselse gewest het grootste openbare woningenpark met haar Grondregie. Wij willen dat ze het voorbeeld geeft door de huurprijzen van de eigen woningen te verlagen. Wij willen een stad die voor openbare jobs zorgt, die zich bekommert om de gezondheid van haar inwoners door in elke wijk wijkgezondheidscentra te openen waar de zorgen gratis zijn. Wij willen een einde stellen aan de armoede en vicieuze spiralen die ze inhoudt, en aan die ongezonde concurrentie tussen de gemeenten die aanzet de armen te verdrijven naar de naburige gemeente. Wij willen een stad waar met alle inwoners wordt rekening gehouden, een stad zonder tweederangsburgers, zonder angst, zonder racisme, zonder verdeeldheid. Een verenigde stad, om alle uitdagingen aan te kunnen waarvoor ze komt te staan.

Wij willen een actieve stad tegen de klimaatopwarming, met correct geïsoleerde gebouwen. Een groene stad, in alle betekenissen van het woord. Groen in de eerste plaats voor alle burgers, met een park van Laken open voor het publiek en parken in alle wijken. Groen ook door zijn beperkte ecologische voetafdruk.

Wij willen een stad zonder mobiliteitsproblemen, waar de veiligheid van de voetgangers en de fietsers prioritair is, en ook de ontwikkeling van het openbaar vervoer, woon-werkvervoer inbegrepen. Een stad waar de auto niet nodig is, waar men er zo weinig mogelijk gebruik moet van maken, omdat onze longen en die van onze kinderen, en ook onze planeet, dat nodig hebben.

Om dat te realiseren volstaat het niet om enkele komma’s te veranderen in een tekst. Neen. Er is een grondige verandering nodig, we moeten de stad heroveren.

De Brusselaars hebben een nood aan een fundamentele verandering van de stad en het stedelijk beleid. Geen kleine veranderingen hier en daar. Met de PVDA willen we onze visie op de stad in praktijk brengen, dat kan met een grotere democratische kracht van de bevolking. Eens de verkiezingen achter de rug zijn hebben de burgers zo goed als niets meer te zeggen over de grote projecten die in hun stad worden verwezenlijkt. Wij vinden dat zoiets niet kan: de burgers en hun noden moeten de permanente kern vormen van het debat; zij moeten kunnen meepraten en gesteund worden door een overheid die in staat is projecten te realiseren in hun belang. Wij moeten het hoofd durven bieden aan de octopussen van de privésector.

Een stad voor de mensen op de eerste plaats

Bij een programma voor de stad Brussel moeten we ons dus steeds deze vragen stellen: voor wie en ten koste van wie is de stad gebouwd?

Een stad wordt doorkruist door tegengestelde belangen. Het bedrijf Extensa, dat Tour en Taxis kocht voor een habbekrats, deelt niet dezelfde belangen als de duizenden Brusselse gezinnen die wachten op een sociale woning: het voorziet geen enkele sociale woning op het terrein. De stad wordt dus opgebouwd doorheen strijd en krachtsverhoudingen.

Wij willen betaalbare sociale woningen bouwen, tegemoetkomen aan de woningnood van de bewoners. In plaats van de sleutels van de stad in handen te laten van de bouwpromotoren, die liever luxewoningen bouwen, zoals op de site van Tour en Taxis, of de UP-site toren bijvoorbeeld. Of in plaats van het zoveelste nutteloze shoppingcenter zoals Neo, dat het autoverkeer zal doen toenemen en leidt tot de sluiting van het waterpretpark Oceade.

Wij willen het openbaar vervoer en het fietsverkeer ontwikkelen, in plaats van nog meer ondergrondse, dure privéparkings.

Wij willen de beleidsstructuren volledig veranderen om ze transparanter te maken en ze onder democratische controle te stellen. En niet door een ‘schoonmaak-operatie’ door de directie te vervangen van organisaties als Samusocial of Gial: “Ze nemen anderen, en herbeginnen...”

De vraag is dus niet: “Wie krijgt welke post?” zoals sommigen willen doen geloven. Maar welke belangen gaat men verdedigen. De PVDA heeft gekozen, wij willen tegemoetkomen aan de noden van de Brusselaars.

Wij zijn voor een stad op mensenmaat, een stad die niet uitverkocht wordt aan de bouwpromotoren en de betonbaronnen. Een stad die zich inspant om te beantwoorden aan de noden van de bevolking, dankzij de organisatie en de mobilisatie van haar inwoners.

Recht op de stad, in plaats van citymarketing

Onophoudelijk hebben wij in de loop der jaren de gemeenschappelijke ideologie van de partijen van de meerderheid ontsluierd en aangeklaagd: ze voert een liberaal beleid dat de privé en de concurrentie tussen de gemeenten voorrang geeft op de noden van de bevolking. De politieke visie van de Brusselse meerderheid is die van een internationaal management- en adviesbureau, dat steden beschouwt als handelswaar die moet verkocht worden. Dit beleid, dat ook in andere grote steden wordt gevoerd, geeft de voorkeur aan uitgaven voor prestige-uitgaven, aan de ‘bling-bling’ en aan de ‘grote projecten’. Een visie die sterk ondersteund wordt door het Europa van de vrije markt, dat daarvoor miljoenen en miljoenen euro’s heeft, maar beduidend minder voor de sociale zekerheid en de versterking van de openbare diensten. Dit liberaal beleid van ‘citymarketing’ is erop gericht de hoge inkomens naar de stad Brussel aan te trekken, ten koste van vele mensen. En zelfs al beweren ze het tegendeel, de PS en de MR laten de grote meerderheid van de Brusselse bevolking aan haar lot over.

Is dat iets natuurlijks? Helemaal niet, het gaat om een duidelijke politieke keuze. De belangenvermenging tussen de grote vastgoedmakelaars en de bouwpromotoren enerzijds en de leidende cenakels van de politieke partijen anderzijds, wordt steeds groter. Waarbij de tweeden zich ten dienste stellen van de eersten. Er wordt minder en minder geaarzeld om stedelijke openbare ruimte te verkopen aan de privébelangen van een minderheid, het patrimonium van de stad uit te verkopen. Zo verliest de stad beetje bij beetje de controle over haar ontwikkeling. De privé krijgt meer en meer plaats om almaar meer gigantische winsten te maken.

Is die visie beperkt tot PS en MR? Neen, alle traditionele partijen aanvaarden dit neoliberaal kader en spelen het spel mee: ze kleuren het alleen een beetje roder, blauwer, oranjer, groener of paarser. Allen weigeren ze dat kader in vraag te stellen. De PVDA, de partij van de rebellen met een groot hart, hebben wel deze ambitie.

De stad moet haar statuut van stad terugvinden. Ze mag niet langer beschouwd worden als een marketinginstrument, als een vulgaire te verkopen handelswaar. De stad is de plaats waar de burgers samenleven, waar ze wonen, waar ze werken, waar ze hun boodschappen doen en waar ze zich ontspannen. Het woord ‘gemeente’ komt van de term ‘gemeenschap’. Een gemeente is geen supermarkt. Een gemeentebestuur moet erover waken dat elke inwoner een fatsoenlijke woning heeft, de best mogelijke levensomstandigheden, een gezonde leefomgeving, maar ook dat iedereen zich gemakkelijk kan verplaatsen en zich ontspannen. De noden van de bewoners moeten de prioriteit van de stad zijn.

We stellen het duidelijk, er is de keuze tussen twee diametraal tegenovergestelde visies. Een commerciële visie die de voorrang verleent aan beton en privé. En een openbare visie die de prioriteit geeft aan de mensen en aan een grotere fiscale rechtvaardigheid. Dat is de ganse inzet van de verkiezingen. Welke visie is het best aangepast aan onze 21e eeuw; de stad die verkocht wordt aan de promotoren of de stad op mensenmaat?

Voor ons, de rebellen, is de keuze gemaakt. Het zal de stad op mensenmaat zijn. Het zal het heroveren van de stad zijn.

Mathilde El Bakri en het PVDA-team van de stad Brussel

15 augustus 2018



Werkten mee aan dit programma: Michael, Loïc, Dirk, Jan, Giovanni, Claudia, Françoise, Mathilde, Elisa, Pierre, Laurence, Nele, Claire, Hanne, Vincent, Leila, Martin, Gille, Aurélie, Joëlle, Elise, Stéphanie, Riet, Serge, Pierre, Eric, Bob, Agatte, Lieve, André, Yuri, Julie, Carlos, Jan, Tom, Dieter.











De stad Brussel, vandaag en morgen

Zoals vele andere steden ontsnapt Brussel niet aan de ‘grote projecten’: nieuwe koopcentra (Docks, Neo), nieuwe woningen van hoge standing (Upsite, Tour & Taxis), nieuwe pogingen tot ondergrondse privéparkings in het stadscentrum ... Wordt de 21e eeuw die van de betonmolen? Een ding staat vast: de promotoren, grote ondernemers en andere studiebureaus sabreren de champagne, voor zoveel goede zaakjes, winstgevende bouwplaatsen. Met ‘publiek-private samenwerking’ of aankopen van openbaar terrein voor zo goed als,niets, vormen en misvormen ze de stad naar de tendensen van de markt – en ook, dat mag gezegd zijn, naar de grillen van sommige verkozenen ...

De bevolking stelt zich vragen: “Zulke uitgaven is dat redelijk? Zijn al deze projecten nodig, onontbeerlijk?” Ja, de bevolking stelt zich vragen, maar heeft niet echt een stem in het kapittel: als het gaat over de projecten, of over het gebruik van het overheidsgeld, van de collectiviteit, voor de collectiviteit. Nochtans ontbreekt het hen niet aan ideeën, noch aan ... volkswijsheid. Een klein overzicht van Brussel vandaag, en ideeën voor morgen.

Ik heb de grootste, jij moet maar ...

De Brusselse voetgangerszone zou de grootste van Europa worden. Er was de poging om van de Beurs een ‘Biertempel’ te maken. Er is het Neo-project, er is ook al Docks geweest ... Er is de inrichting van Tour & Taxis dat zwaar moet opbrengen voor de investeerders die op dat terrein bouwen.

Al deze voorbeelden komen niet uit de lucht gevallen. Het zijn het logische gevolg van de marktvisie op de stad, dat gigantische speelterrein voor de investeerders op zoek naar rendement. Uit die marktvisie vloeit ook de concurrentie tussen de gemeenten voort. Deelnames aan vastgoedsalons zoals de MIPIM in Cannes of de Realty in Brussel, waar de verkozenen de bouwpromotoren ontmoeten, of de verklaringen van PS- burgemeester Philippe Close die zegt dat Neo de internationale invloed van Brussel moet versterken, zijn dagelijkse kost.

Allemaal proberen ze grote bedrijven, grote privépromotoren aan te trekken om grote projecten te realiseren of woningen van hoge standing. Op die manier hopen ze ook een ‘nieuwe middenklasse’ aan te trekken.

Vandaar de vele verklaringen zoals die van Els Ampe, Open VLD-schepen, die niet wil dat er nog sociale woningen gebouwd worden in de stad Brussel want “Brussel moet de etalage van België zijn, niet het OCMW van België”. In feit komt dat neer op: ik trek grote projecten aan maar ik zeg aan de buurgemeenten dat zij zich maar met de armen moet bezighouden.

De politieke visie van de Brusselse meerderheid is die van een internationaal management- en adviesbureau, dat steden beschouwt als koopwaar die moet verkocht worden. Competitie in plaats van samenwerking. Egoïstische concurrentie in plaats van solidaire complementariteit. Dat leidt tot het willen hebben van Neo, de ‘Biertempel’, de grootste voetgangerszone ter wereld, Docks ... En zo mogelijk groter en beter dan de buur, of anders dreigen de toeristen of de meer welgestelde bevolking, die een deel van de markt zijn, hun geld elders uit te geven.

Elke stad moet dus een maximum aan toeristen en investeerders aantrekken en de stad Brussel zeker. Daarvoor is een grote opkuis van de facade nodig: met de grond gelijk maken, afbreken, schuren, betonneren, renoveren ... Renoveren zodat de Brusselaars in de mooiste wijken wonen onder de beste levensomstandigheden? Neen, renoveren omdat de stad moet verkocht worden. Van zich moet doen spreken. Daarom zijn veel ‘grote projecten’ nodig. Daarom moet de miserie uit de straten geweerd worden. Daarom moet de openbare ruimte uitverkocht worden. Dit alles maakt deel uit van de ‘aanbevelingen’ van de internationale management- en adviesbureaus. Dat is wat men noemt citymarketing, stedelijke marketing. Is dat het model dat de PVDA wil voor de toekomst? Zeker niet.

Burgers, bedankt om je mond te houden!

En de bevolking? De verkozenen aan de macht willen geruststellend en overtuigend zijn: de ‘grote projecten’ zullen iedereen ten goede komen, de komst van meer welgestelde mensen zal positieve gevolgen hebben voor wie het moeilijker hebben.

Maar de realiteit is totaal anders, onder andere voor de bewoners van de appartementen van de Brusselse Woning op de Papenvest. Het gaat om sociale woningen die beter bekend zijn onder de naam Vijf Blokken. Gelegen dicht bij het stadscentrum en de Dansaertstraat, wonen er 320 gezinnen, dat zijn meer dan 800 bewoners. Gebouwd in 1966 werden ze nooit gerenoveerd of echt verbeterd. 50 jaar later plant de overheid hun afbraak en de bouw van nieuwe sociale woningen te bouwen die niet voor 2026 zullen klaar zijn. Ondertussen overleven de gezinnen er in zeer ongezonde omstandigheden: asbest, liften die niet werken, vocht, stukken van de gevel en ramen die vallen. Dat gebeurt in 2018 in de gemeente Brussel-stad.

De afdeling van de PVDA in de stad Brussel begon een petitie en engageert zich met de bewoners om oplossingen te vinden voor de ongezonde toestand. Maar bij elke poging om de petities aan de burgemeester Philippe Close te overhandigen, werden de afspraken uitgesteld of geschrapt.

Burgers, bedankt om je mond te houden!

Een stad van de mensen eerst, door en voor de burgers

Dat brengt ons naadloos bij het functioneren van de lokale democratie, en bij de plaats voor de burgers. Voor sommigen, moet de representatieve democratie zich beperken tot het kleuren van een of twee bolletjes bij de verkiezingen. Onder hun beleid mogen de burgers slapen, de gekozenen regelen alles voor hen.

Voor ons vraagt participatieve democratie de maximale betrokkenheid van de bevolking bij de budgettaire beslissingen en de keuze van de grote projecten. Het is eenvoudig: beginnen met hen te vragen wat hun prioriteiten en hun noden zijn, maar ook hun ideeën en verlangens ... Men moet zich bekommeren om de bevolking, ook buiten de kiescampagnes en een einde maken aan het marketingbeleid. Enquêtes, openbare debatten, volksbevragingen, moeten regelmatig plaats vinden, en echt rekening houden met de mening van de inwoners. De oprichting van wijkcomités moet gestimuleerd, de deelname van iedereen aan het stadsleven aanmoedigd om de stad van morgen te bedenken en te bouwen met een maximum aan mensen. Er is een participatiebudget nodig om de projecten van de mensen zelf, in hun wijken, te financieren.

De stad Brussel zoals wij die willen in de 21e eeuw

Wij moeten de stad Brussel denken op basis van de grote uitdagingen bij het begin van de 21e eeuw. Er is de uitdaging van sociale rechtvaardigheid, de strijd tegen de ongelijkheid, en het welbevinden van iedereen, maar ook de milieu- en klimaatuitdaging. Om te leven zijn we in feite afhankelijk van een ecosysteem, en meer en meer gegevens tonen aan dat het heersende economisch systeem, het kapitalisme, het ecosysteem zwaar aantast: klimaatverandering, luchtvervuiling, vervuiling van de zee en de aarde ... Wij staan op een kruispunt: rechts is er de muur, links het vervolg van het avontuur en het overleven van de mensheid. Het is meer dan tijd om te reageren, zowel voor ons, voor onze gezondheid, als voor het milieu, om de ontwikkeling van de stedenanders te denken, te breken met het heersende model waarvoor commerciële centra symbool kunnen staan.

Bovenop het nadenken en inrichten van de stad op basis van respect voor het milieu en het klimaat, staat het ‘welbevinden’ van de inwoners centraal. Er moet alles aan gedaan worden om aangename plaatsen te creëren, die bevorderlijk zijn voor ontmoetingen, samen leven, solidariteit. Dat vraagt het toelaten en aanmoedigen van deelname van het volk, in plaats van het volk te vrezen en te muilkorven. Dat vraagt dat de meerderheid van de bevolking haar voorwaarden oplegt aan de bouwpromotoren en dat hun projecten ‘sleutel op de deur’ niet worden aanvaard. Dat vraagt een radicale verandering in de manier waarop we ons verplaatsen en de ontwikkeling van het openbaar vervoer. Dat vraagt betaalbare woningen en voldoende werkgelegenheid, zodat iedereen er recht op heeft zonder discriminatie. Dat vraagt diensten in de nabijheid in alle wijken, medische groepspraktijken waar de zorgen gratis zijn ...

Morgen kan de stad Brussel een model worden en een laboratorium, een pionierstad waar de bewoners het recht verwerven te beslissen, de stad te heroveren zodat die aan hun noden voldoet. Of, een grote verkoopszaal voor investeerders die niet meer weten wat utvinden om extreme winsten te boeken. Aan ons de keuze.

De stad is een strijdtoneel

Doorheen de geschiedenis waren er tegenstellingen in de maatschappij: tussen de meesters en de slaven die werkten om de rijkdom te vergroten van degenen die hen gekocht hadden op de markten, tussen heren en horigen die hun een deel van hun landbouwopbrengst moesten afgeven, tussen arbeiders zonder rechten en eigenaars van de mijnen of de industrie ... Die tegenstellingen tussen de bezitters en zij die niets hebben en alleen hun werkkracht kunnen verkopen, definieren sociale klassen met tegengestelde belangen. Die sociale klassen strijden dus om hun belangen te verdedigen.

Vandaag vindt die strijd onder meer plaats in de steden. In 1973, breekt een economische crisis uit en er moeten manieren gevonden worden om die op te lossen. Een neoliberaal beleid, met grote fiscale cadeaus aan de rijksten, met openbare desinvesteringen en later een kunstmatig opgeblazen consumptie via leningen, doen de speculatiebubbels ontploffen en de crisis van 2008 barst uit. De aandeelhouders en investeerders zoeken beleggingsmogelijkheden die een groot rendement opleveren zonder de risico’s die verbonden zijn met de economie of de financies die kunnen ontploffen.

En het is daar dat de steden op de proppen komen. Een zekere belegging, dat zijn bakstenen en beton en alles wat ermee gepaard gaat. Investeren in woningen brengt op. De betonmolen van de privé draait bij openbare structuren zoals de metro, enz. Iedereen moet ergens wonen, dus een lucratieve markt in zicht ...

Maar hoog rendement verwachten doet de huurprijzen exploderen en de prijzen van het transport stijgen. Dat wekt natuurlijk verzet op bij de bewoners die dat ritme niet kunnen volgen. Strijd en krachtsverhoudingen sluiten aan elkaar.

Waarvoor is de stad gemaakt, door wie en ten koste van wie?

De investeerders geven de stad vorm in naam van de maximale rentabiliteit. Hoe kan dit speelterrein zich zo snel ontwikkelen? Laten we een voorbeeld nemen: dat van de site Tour en Taxis. Hoe is het mogelijk dat het project voor de inrichting van de site aanvankelijk 20  % sociale woningen voorzag en dat we vandaag op nul zitten? Simpel: door het schrijven van het arrest van het beheer van de site in handen te geven van de juridische adviseurs die juridisch de belangen verdedigen van … Extensa. De achterkamertjespolitiek, de belangenconflicten en het gebrek aan transparantie omlijnen het dossier Tour en Taxis.

Hierbij moet gewezen worden op de rol van het advocatenkantoor Stibbe: gespecialiseerd in zakenrecht, adviseert Stibbe de promotoren van Tour et Taxis. Maar op wie doet de Brusselse regering beroep om voorschriften en arresten op te stellen over urbanisatiekwesties? Stibbe. En wie werd aangeworven op het kabinet van minister-president Rudi Vervoort? Een advocate van het kantoor Stibbe.

De regering schreef geen openbare aanbesteding uit om juridische adviseurs aan te stellen in het dossier. De PS is aan de macht, maar de staatssecretaris voor Huisvesting Christos Doulkeridis (Ecolo) is niet tussengekomen om transparantie te eisen ...

Voor het Neo-project, werden een hele reeks openbare en semi-openbare organsimen opgericht of betrokken in het proces van het op poten zetten van het project. In dit spinnenweb, doemen telkens weer dezelfde twee namen op: die van Brussels burgemeester Philippe Close en zijn PS-vriend Henri Dineur. Er is bijvoorbeeld de non-profitorganisatie Brussels Expo, de beheerder van de Heizel. Philippe Close is er de voorzitter van. Henri Dineur is lid van de raad van bestuur. Philippe Close is ook lid van de raad van bestuur van de vzw Atomium, de vzw Tentoonstellingspark van Brussel en de vzw Brussel Major Events, die allen nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van de Heizelsite ...

Kortom, het zijn de projectontwikkelaars die de stad vormgeven, voor hun winst en een bepaalde politieke klasse maakt het hen gemakkelijk omdat ze er zelf ook van profiteert. En kop van jut is de bevolking die de huurprijzen ziet exploderen, de ongelijkheid verder ziet verdiepen, de armoede ziet toenemen...

Wij willen geïntegreerde wijken

Het recht op de stad dat wij voor ogen hebben houdt ook in: het recht op wonen, het recht op gezondheidszorg, het recht op onderwijs, het recht op werk, het recht op cultuur, het recht op participatie en het recht op openbare ruimte. Een sociaal en gedifferentieerd sociaal beleid is nodig in plaats van de honger naar winst en prestige. Wij zijn voor de vernieuwing en de herwaardering van de stad, gebaseerd op een openbare logica, om te beantwoorden aan de noden van de bewoners want de privé is hier niet toe in staat.

Een geïntegreerde wijk is een wijk waar de woningen, de gezondheidszorg en het onderwijs bereikbaar zijn, betaalbaar en degelijk. Een wijk met voldoende openbare infrastructuur en dicht bij de mensen: bibliotheken, zwembaden, crèches, speelpleinen, sportinfrastructuur, cultuurinfrastructuur, groene zones ...

Een wijk met sociale voorzieningen in de nabijheid, met diensten van openbaar nut, met bijvoorbeeld opnieuw een postkantoor en een bankagentschap.

Een geïntegreerde wijk, is voor ons dus een wijk met:

een kwaliteitsvolle school met tweetalige klassen,

betaalbare woningen voor de grote meerderheid van de burgers (met een gedifferentieerd aanbod van kwaliteitsvolle sociale woningen, betaalbare woningen van de Grondregie, gereglementeerde huurwoningen op de privémarkt),

kwaliteitsvolle en gratis eerstelijnsgezondheidszorg met wijkgezondheidscentra in elke wijk,

een postkantoor (met internetverbinding), een bankkantoor en een geldautomaat,

voldoende groene zones en speelterreinen,

ontmoetingsplaatsen en jeugdhuizen,

respect en diversiteit,

ingegraven containers en een adequate ophaaldienst, een wijk zonder afval,

wijkagenten die in de wijk wonen en de bewoners echt kennen,

infrastructuur in de nabijheid: een wijkbibliotheek, een ludotheek ...

frequent openbaar vervoer, gratis en goed uitgebouwd, een openbaar fietsdeelsysteem en een autodeelsysteem,

gedifferentieerde handelszaken in elke wijk: kapper, bakker, kruidenier ...

Onze grote bevraging: een exclusieve dialoog met 850 Brusselaars

Eind oktober 2017, lanceerde de PVDA van de stad Brussel een grote peiling over Brussel. Gedurende vier maanden, trotseerden tientallen PVDA-leden het herfst- en winterweer om een veertigtal voorstellen aan zoveel mogelijk mensen voor te leggen. De resultaten van die grote bevraging geven ons een unieke kijk op hoe de Brusselaar zijn stad ziet.

Met haar grote bevraging, legde de PVDA een uitgebreide vragenlijst vooraan de Brusselaar. We vroegen hen de drie belangrijkste thema’s voor de stad aan te duiden, en, voor tien thema’s, het beste uit vier voorstellen. Velen deden ook zelf voorstellen. Ze moesten ook aangeven of ze akkoord of niet akkoord zijn met twee stellingen over het beleid van de stad. De deelnemers hadden gemiddeld een kwartier nodig om de grote bevraging te beantwoorden, wat een totaal van 212,5 uren dialoog betekent.

850 Brusselaars namen de tijd om hun mening te geven aan de PVDA.

Huisvesting, onderwijs en werk zijn naast gezondheid de belangrijkste prioriteiten.

Voor de huisvesting, kregen de verschillende voorstellen de volgende score:

- De huurprijzen verlagen en plafonneren: 37 % van de ondervraagden kozen dit voorstel.

- Leegstaande gebouwen vernieuwen voor de armsten: 26 %.

- De gemeente moet oude woningen vernieuwen en isoleren: 13,5 %.

- Opleggen dat bij elk immobiliënproject 30 % sociale woningen worden gebouwd: 12,8 %.

- Andere: 10 %.

Op het gebied van onderwijs:

- Tweetalig onderwijs: 32,7 % van de bevraagden kozen dit voorstel.

- Voor elk kind een plaats op een goede school: 20 %.

- maximum 15 leerlingen per klas: 19 %.

- 100 % gratis onderwijs: 17,6 %.

Op het gebied van werk voor allen:

- Meer openbare tewerkstelling: 33,15 %.

- Een gepersonaliseerde opvolging voor elke Brusselaar: 20,8 %.

- Bedrijven die discrimieren bij testings controleren en sanctioneren: 18,5 %.

Op gebied van gezondheid:

Een wijkgezondheidscentrum in elke wijk met gratis zorg: 38,3 %.

Het verkeer en de luchtvervuiling verminderen, bron van ziektes (astma, kanker...): 30,4 %.

Voor de jeugd:

Gratis onderwijsondersteuning door elke school georganiseerd: 30 % van de ondervraagden koos dit voorstel.

Alle resultaten van onze grote gevraging zijn verwerkt in het huidige programma. Dit programma is dus uw programma.

Dit is jouw beweging